In deze serie zetten we elke keer één kruid uit onze kruidentuin in de spotlights. Deze keer: rozemarijn, de geurige struik uit het Middellandse Zeegebied die bij ons in bijna elke keuken staat.

Zeedauw
De naam rozemarijn komt van het Latijnse ros marinus: zeedauw. Langs de kusten van de Middellandse Zee groeit hij in het wild, soms als struik van wel twee meter hoog. De Romeinen namen rozemarijn mee naar de gebieden die ze veroverden. Rond het jaar 800 nam Karel de Grote hem op in de lijst met planten die op zijn landgoederen geteeld moesten worden, en in de middeleeuwen groeide hij in veel kloostertuinen.
Rozemarijn staat al eeuwen voor herinnering. In Shakespeares Hamlet zegt Ophelia: "Daar is rozemarijn, dat is voor de herinnering." Op bruiloften en begrafenissen werden takjes gedragen, en in Australië en Nieuw-Zeeland draagt men nog steeds een takje rozemarijn op de herdenkingsdag ANZAC Day.
Nieuwe naam: een salie
Wist je dat rozemarijn botanisch gezien tegenwoordig een salie is? Uit DNA-onderzoek bleek dat hij zo nauw verwant is aan de salies, dat botanici hem sinds 2017 bij dat geslacht indelen. De geaccepteerde naam is nu Salvia rosmarinus. Wij houden de bekende naam Rosmarinus officinalis aan, net als de meeste etiketten en boeken. Aan de plant zelf verandert er niets.
In de keuken
Rozemarijn heeft een stevige, harsige smaak. Hij is klassiek bij lam, varkensvlees, kip en wild, en natuurlijk bij geroosterde aardappelen. Maar het kan meer:
- in focaccia of ander brood, samen met grof zout en olijfolie;
- bij geroosterde pompoen, wortel of ui;
- in een marinade met knoflook en citroen;
- een vers takje in azijn laten trekken, of een gedroogd takje in olijfolie.
Onze tip: rits de blaadjes van een stevig, houtig takje en gebruik het als spiesje voor groente of vlees op de barbecue. Zo geeft rozemarijn al tijdens het grillen zijn geur af.
Snel recept: geroosterde aardappelen met rozemarijn
Snijd 750 gram vastkokende aardappelen in partjes en meng ze met 3 eetlepels olijfolie, 2 gekneusde tenen knoflook, de blaadjes van 1 à 2 kleine takjes rozemarijn (naar smaak), peper en zout. Rooster ze 35 tot 40 minuten in een oven van 220 °C, en schep ze halverwege om. Rasp er op het laatst wat citroenschil over.
In de tuin en op het balkon
Rozemarijn wil volle zon en grond die goed water doorlaat. Hij kan tegen droogte, maar niet tegen natte voeten. Hij is matig winterhard: op een droge, beschutte plek verdraagt hij enige vorst, maar bij aanhoudende of strenge vorst heeft vooral een potplant bescherming nodig. Zet een pot in de winter tegen een muur onder een afdakje of in een koele, lichte schuur, en dek hem af bij strenge vorst.
Knip na de bloei de scheuten licht terug, maar niet in het kale, oude hout: daar loopt rozemarijn meestal niet meer uit. Zo blijft de struik mooi compact. In het voorjaar komen de bijen op de lichtblauwe bloemetjes af.
Plaagje: het rozemarijnhaantje
Zie je glanzende, groen-paars gestreepte kevertjes van een halve centimeter op je rozemarijn? Dat is het rozemarijngoudhaantje. Het kevertje en zijn larven eten van het blad, ook van lavendel en tijm. Pluk ze eraf of schud ze boven een vel papier uit de plant. Bij een paar kevertjes is er niets aan de hand.
Van oudsher
Rozemarijn wordt van oudsher gebruikt bij een vol gevoel na een vette maaltijd, en als kruid in een warm bad bij stijve spieren. Het Europees Geneesmiddelenbureau erkent dit als traditioneel gebruik; het klinische bewijs is beperkt. Lekker ruiken doet het in elk geval.
Zelf rozemarijn in je tuin of keuken? Je vindt rozemarijn bij ons aan de kraam in Wenum-Wiesel. Op de plantpagina van rozemarijn lees je alles over verzorgen, overwinteren en oogsten.
Het gebruik van elk kruid gebeurt op eigen risico. Lees de disclaimer op de website.